| Extremadura is een van de belangrijkste vogelgebieden van Europa. Binnen Extremadura is Monfragüe het meest bekend. Niet weinig ornitologen zijn echter van mening dat de Sierra de San Pedro meer diversiteit biedt. U vindt er alle roofvogels en gieren waaraan Monfragüe z’n reputatie te danken heeft, maar bovendien tal van kleinere soorten. De Sierra de San Pedro is echter een “moeilijker” gebied. Het is uitgestrekt, vele tienduizenden hectaren. Het is, ook op allerlei in vogels gespecialiseerde websites, nauwelijks beschreven. U zult er daarom grotendeels zelf uw weg moeten vinden. Dat kan teleurstellingen opleveren, maar vooral ook plezierige verrassingen. Zo valt er veel zelf te ontdekken. Neem bijvoorbeeld die kolonie bijeneters ... | |
![]() ![]() .....en de echte. Foto: Rinie Hoff |
De kraanvogel....Één vogel willen we hier toch met name noemen: de kraanvogel. In de late herfst strijken deze grote sierlijke vogels hier met duizenden neer om te overwinteren en zich tegoed te doen aan de 'bellotas', de eikels van steen- en kurkeik. Ook voor de niet-vogelkenner is dit een bijzonder schouwspel. En hoorspel bovendien: het geluid van kraanvogels laat zich met niets vergelijken.Wilt u weten wanneer de kraanvogels hier zijn gearriveerd, stuur ons een mailtje en wij houden u op de hoogte. |
![]() pata negra |
..... en andere dierenHerten en wilde zwijnen zijn in de Sierra de San Pedro regelmatig te zien. Nadeel is wel dat deze dieren in het seizoen, met name de winter, bejaagd worden. In de Taag bij Carbajo en Cedillo leeft een populatie otters. Ook de zeldzame hoedna wordt daar incidenteel waargenomen. Dichter bij huis leven in het riviertje Getrero schildpadden. Vos en steenmarter slaan regelmatig toe onder het pluimvee van de dorpsbewoners. Dit om maar enkele soorten te noemen. Planten Hoewel je zomers denkt: Hoe moet hier ooit nog wat groeien tussen die uitgedroogde stekels? kleurt het landschap, na de eerste buien in oktober, weer snel groen. Maar de natuur houdt zich in want in de winter hebben we toch minstens 3 maanden wat nachtvorst. In het voorjaar barst de natuur uit z'n voegen. Op de onmogelijkste karresporen groeit de Dwerg-Iris. In de anders zo droge wegberm staat de Franse Vogelmelk een meter hoog. We hoeven ons niet af te vragen hoe de Reuzenvenkel aan zijn naam komt. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Fervente (wilde)bloemen kenners hebben hier in april hun hart opgehaald aan door hen nog niet eerder geziene plantjes. Een professionele botanicus determineerde niet ver van hier driehonderd verschillende planten op een oppervlakte van 200 m2. Wat een rijkdom!. |